Home » Informatie » Boeken » Zes miljoen slagen

Zes miljoen slagen

in 281 dagen de Stille Oceaan over


Een verslag van de Zeeman Ocean Challenge deel II, een solo roeitocht van 19.500 km!

  • Auteur: Ralph Tuijn
  • Uitgever: Nieuw Amsterdam
  • ISBN : 9789046805251
  • Paperback
  • Verschijningsdatum: maart 2009
  • Aantal pagina's: 240
  • Geïllustreerd
  • Tweedehands verkrijgbaar voor € 9,- tot € 25,-

 

Verkrijgbaar (tweedehands) bij:

Samenvatting

Zeven dagen per week, elke dag van de maand roeien. Wat bezielt iemand om in zijn eentje, in bijna een jaar, de Stille Oceaan over te steken? Op 27 september 2006 begon beroepsavonturier Ralph Tuijn aan de Zeeman Ocean Challenge. Ter voorbereiding roeide hij met broer Michael de Atlantische Oceaan over. Op 14 maart 2007 begon hij aan het grootste waagstuk van de Zeeman Ocean Challenge: de solo-oversteek van de Stille Oceaan.

De langste solo-oversteek ooit

In zijn zelfgebouwde roeiboot begon Ralph Tuijn aan zijn poging om zonder ondersteuning vanuit Zuid-Amerika Australi' te bereiken. Ralph kwam in zeer zwaar onweer terecht, trotseerde acht meter hoge golven, sloeg meerdere keren om en werd achtervolgd door haaien. Na 163 eenzame dagen werd hij tot overmaat van ramp verrast door enorme golven, die hem vijfmaal over de kop deden slaan. Hij strandde op het eiland Atafu. Van de boot was weinig meer over. Met hulp van de eilanders repareerde hij zijn boot en hij vervolgde zijn tocht. Orkanen die zijn kant op kwamen dwongen hem, na 201 dagen en 15.000 geroeide kilometers, uit te wijken naar de Fiji-eilanden. Het was een wijs besluit. De windsnelheden van 275 km/uur van orkaan Daman zou hij niet overleefd hebben. In mei 2008 ging hij op weg naar Australi', maar moest vanwege de uiterst gevaarlijke riffen in de Koraal- en Salomonzee zijn einddoel verleggen naar Papoea-Nieuw-Guinea. Na 19.500 km en 281 dagen kwam daar een einde aan dit spectaculaire avontuur.


'Mijn hart gaat als een wilde tekeer. Alsof mijn leven ervan afhangt maak ik veertig slagen per minuut. Ik nader de metershoge golven die te pletter slaan op de gepunte riffen. Negentien uur ben ik al aan het roeien en het zal tot het laatste moment spannend blijven of ik het ga halen. Nog maar honderd meter, dan heb ik de veilige open oceaan bereikt. Zelfs met deze uiterst lage snelheid moet ik daar over vijf minuten kunnen zijn. Maar de deining begint op te zwellen. In hoog tempo worden de golven steiler. Hoeveel meter water zit er nog onder me? Waar begint het rif? De Zeeman Challenger wordt steeds hoger opgetild. Een eerste klap volgt aan de zijkant van de boot en ik voel meteen dat ik een aantal meter naar de kust wordt gezet. Een laatste maal kijk ik over mijn schouder. Ik ben z— dichtbij, maar besef dat ik het niet ga halen.'